Waarom afvallen niet lukt

Halverwege de maand januari zijn heel wat dieetpogingen al weer gestrand. Waarom lukt het nu weer niet? Kunnen we ondanks alle goede voornemens de snoeppot of snack niet weerstaan? Zo moeilijk kan het toch niet zijn? Dat is het kennelijk wel. Anders zou toch niemand meer dik zijn? Larissa Verhoeff (1969) die het boek ‘Vette pech’ schreef, waarvoor ze honderd volle meiden sprak, weet wel hoe het komt dat we telkens ‘falen’.

Copywriter Verhoeff (nu 100 kilo) verloor 30 kilo nadat zij haar boek had geschreven. “En nee. Niet door diëten, dat is geen oplossing. Dat houd je dan weer niet vol. Voel je je weer een slappe hap. Kom je daarna weer aan. Ik ben op zoek gegaan naar het waarom. Waarom eet ik? Het was tijd voor de waarheid. Mijn dik zijn heeft een reden. Ik had ‘verdrietjes’ weggestopt, jarenlang weggegeten. Tot ik 130 kilo woog. Stretch-kleding was mijn grote vriend. Ik keek niet meer in de spiegel, stond niet meer op de weegschaal. Was in de ontkenning. En op een geven moment ben je zo dik dat je ronde vormen niet meer mooi rond zijn. Dan word je hoekig.”

Onzichtbare knop Jaren was Verhoeff op zoek naar ‘de onzichtbare knop’, waar ze maar op hoefde te drukken zodat ze zou stoppen met eten. Die knop vond ze. Door te begrijpen waarom ze zo dik was geworden. “Ik zorgde voor iedereen, maar was vergeten voor mezelf te zorgen. Dikke mensen zijn vaak lieve mensen. Ik wil voor ze vechten, want ik weet hoe verdrietig ze zijn. Ik heb 100 volle meiden gesproken voor mijn boek. De meeste doen vrolijk, maar als je een beetje krabt aan het laagje zie je dat ze diep ongelukkig zijn. Dik zijn is niet leuk. Zo heb je het moeilijker op de liefdesmarkt en zijn er genoeg mensen die naar tegen je doen. Je wordt uitgescholden, dat gaat telkens weer door merg en been, of krijgt bepaalde blikken als je op straat eet. Dikke kinderen worden vaak gepest.” Dat het aantal dikke kinderen in hoog tempo toeneemt begrijpt Verhoeff wel: “Ik ben gevoelig voor prikkels. Als ik de grote M zie of een Burger King moet ik naar binnen. Kinderen hebben ook die gevoeligheid voor prikkels. En als een hamburger één euro kost en een broodje gezond twee, dan is de keuze snel gemaakt. Daarnaast smaakt die hamburger ook nog beter. Ouders hebben het druk. Troosten en compenseren met snoep en eten. Voor je het weet heb je een land vol dikke kinderen.”

Door het boek heeft Verhoeff met een aantal dikke meiden contact. “Ze schrijven me brieven. Bijvoorbeeld een meisje van 150 kilo dat niet meer durft te zwemmen. Ik vind het fijn dat ik haar kan inspireren. Als ik één dik meisje kan bereiken heeft het al zin gehad.”

Telegraaf